Onlangs las ik in een uitgave van
EnlightenNext magazine een interview met twee Orthodox Joodse vrouwen. Ik las het
artikel omdat ik, samen met mijn spirituele zussen bij
EnlightenNext, de ontwikkeling van het bewustzijn van vrouwen bestudeer door verschillende stadia. Tijdens het lezen van het prachtige portret van
Amy Edelstein van deze religieuze vrouwen werd de situatie waar de hedendaagse postmoderne vrouw zich in bevindt op een nieuwe manier helder voor me.
Esther en Tamar zijn twee vrouwen die leven in een traditioneel Joodse context. Zij vervullen traditionele rollen als moeder en echtgenote in een religieuze gemeenschap die de meeste van ons waarschijnlijk alleen kennen uit verhalen van onze moeders of oma's. De vrouwen worden gedreven door een krachtige religieuze passie en hun levens zijn een uitdrukking van een diepe dienstbaarheid aan het geloof. Er zit een eenvoud en duidelijkheid in de rol en plek die zij innemen in hun gemeenschap en het is helder dat dit alles plaatsvindt ter ere en glorie van een hogere macht waaraan zij zich volledig geven.
Tijdens het lezen zie ik hoe ik vanuit een postmodern perspectief deze vrouwen beschouw als slachtoffers van een dogmatische, onderdrukkende religie, ongeëmancipeerd en passief.
Er wordt echter nog iets anders zichtbaar in de beschrijving van de vrouwen: hun zelfvertrouwen, hun standvastigheid en hun kracht. Zij zijn geworteld in een diepe spirituele dimensie die hen een sterk vertrouwen geeft en naarmate ik verder lees blijft er steeds minder over van het beeld van de willoze, onderdrukte vrouw. Terwijl zij spreken met devotie is een diepe kern in hen voelbaar waarvan ik intuïtief weet dat dat is wat de meeste van ons, vrije en onafhankelijke, postmoderne Nederlandse vrouwen, missen.
Het doet me denken aan de tijd dat ik, net twintig geworden, besluit dat 'in je eentje reizen’ het toppunt van vrijheid is. Ik ga naar het zuiden van Marokko in het Atlasgebergte om een berberfamilie te bezoeken die in Nederland woont en eens in de vijf jaar de grootfamilie opzoekt in een klein pittoresk dorp in de Sousvallei.
De familie is warm van hart, gastvrij en traditioneel. Het huis van stro en leem is eenvoudig en wordt iedere zomer verbouwd en uitgebreid met het geld dat wordt meegebracht door de familieleden die in de zeventiger jaren naar Europa zijn getrokken om in het onderhoud van de grootfamilie te voorzien. Er is in de week van mijn aankomst electriciteit aangelegd, de vrouwen zijn blij met het nieuwe, electrische peertje dat de keuken verlicht en de kinderen verdringen zich rondom de uit Nederland meegebrachte koel-vriescombinatie waar zich voorzichtig ijs in begint te vormen.
De mannen uit deze traditionele moslimfamilie verkopen waar op de markt. De vrouwen begeven zich enkel in en rondom het huis, bewerken het land en zorgen voor het huishouden. Het leven is eenvoudig en duidelijk en voltrekt zich volgens het ritme van de dagelijkse vijf gebeden. De oproepen vanaf de minaret van de nabij gelegen moskee bepalen het opstaan en het slapen gaan en het leven is doortrokken van een diepe religieuziteit.
De mooiste momenten van dit bezoek breng ik door met de vrouwen in een hoek van de binnenplaats waar we beschutting zoeken tegen de stekende middagzon en zaden sorteren, terwijl we urenlang zingen en lachen. Ik ben onder de indruk van deze vrouwen, hun lichamen stralen gezondheid en kracht uit van het harde werk op het land, hun karakter is sterk en stralend en hun geloof onverzettelijk. In niets voldoen zij aan het beeld dat vaak geschetst wordt van de onderdrukte, weerloze islamitische vrouw.
Ik ontmoet ook jonge meisjes, die vanaf hun eerste menstruatie een hoofddoek dragen, niet meer naar school gaan en de vrouwen binnenshuis helpen tot het moment dat zij trouwen met een neef en verhuizen naar het huis van zijn vader.
Ik ben nieuwsgierig naar deze meisjes en onder de olijfbomen praten we in een mengelmoes van Frans en Marokkaans-Arabisch en probeer ik er achter te komen hoe zij het vinden om niet meer naar school te gaan. Tot mijn verbazing ontdek ik in deze gesprekken geen enkele behoefte tot ontwikkeling. Niets in hun verhaal wijst erop dat deze meisjes hun omstandigheden als belemmerend of kleinerend ervaren en deze willen ontvluchten. Deze jonge vrouwen vinden het volledig vanzelfsprekend dat zij thuisblijven, op het land werken en zich voorbereiden op hun rol als vrouw en moeder.

Dit is de eerste keer dat ik voorzichtig een objectief beeld ontwikkel van de levensomstandigheden van deze Marokkaanse meisjes en vrouwen en begrijp dat het in deze context voor meisjes belangrijk en vanzelfstprekend is zich in te zetten voor de familiie, meer dan om zelf te studeren of uit werken te gaan. Elk familielid zet zich in ter overleving van de grootfamilie. Iedere man en iedere vrouw kent daarin zijn plaats. Geboren worden als een meisje in deze cultuur en omstandigheden bepaalt hoe je leven eruit zal gaan zien. Ik zie een cultuur gecreëerd door mannen en vrouwen die moeten overleven in de gegeven levensomstandigheden.
Als ik met de vrouwen en meisjes eens per week naar het badhuis wordt gebracht onder escorte van twee neven van een jaar of 13, ontdek ik in mijn eigen ervaring hoe uitdagend het is voor een jonge, Nederlandse vrouw om afstand te doen van haar individuele wil en zich te conformeren aan de gebruiken en moraal van de familie en cultuur. Maar gedurende de weken die ik doorbreng in het licht glooiende landschap van deze prachtige vallei, ontdek ik ook iets anders: dit is een leven waarin je precies weet wie je bent en wat je plaats is. De vaste en gescheiden rollen van mannen en vrouwen geven een duidelijkheid, een zekerheid en een veiligheid die ik niet ken.
Er komt in die weken een barst in het vrijheidsideaal dat ik, zoals zoveel moderne en postmoderne vrouwen, koester en dat, dankzij het weergaloze doorzettingsvermogen van onze moedige zusters is gerealiseerd en ertoe heeft geleid dat we tegenwoordig zo ongeveer alles kunnen doen en laten wat we willen. Terwijl ik hier, ver van huis, deze warme, gastvrije Marokkaanse familie ontmoet en de gelegenheid krijg om van binnen uit in hun cultuur te kijken, werp ik voor het eerst ook een objectieve blik op mijn eigen leven en mijn eigen waarden en ontdek ik een andere kant van wat het betekent om een vrije, onafhankelijke Nederlandse vrouw te zijn.
In de revolutie van de zestiger jaren wordt deze vrijheid en onafhankelijkheid afgedwongen door jonge vrouwen en mannen die rebelleren tegen het conservatisme en de traditionele waarden van de moderne samenleving. Er ontstaat een onmiskenbare aandacht en respect voor individuele autonomie, ongeacht ras, geslacht, klasse of sexuele geaardheid, die als stuwende kracht gaat dienen achter het feminisme en de beweging tot gelijke sociale rechten. De postmoderne samenleving waarin de kansen en mogelijkheden van het individu ontwikkelen tot ongekende proporties maakt het vanaf dat moment mogelijk voor ieder van ons om op unieke en persoonlijke wijze ons leven in te richten.
Voor vrouwen betekent dit dat we meer ruimte krijgen om zelf te kiezen voor gezin, of werk, of alletwee. Er ontstaat een legio aan mogelijkheden: studeren, reizen, in het buitenland werken, sexuele vrijheid…kortom, een oneindig aantal opties waaruit vrouwen kunnen kiezen om hun leven vorm te geven.
Tegelijkertijd met de opkomst van het individualisme en de onbeperkte keuzevrijheid verdwijnt de religieuze context die zo belangrijk is geweest, ontzuilen en ontkerken we en is de seculiere samenleving een feit.
In onze collectieve afkeer van de dogma’s van de religieuze tradities gooien we het kind weg met het badwater en doen we afstand van iedere notie van een hogere macht die een religieus leven inherent in zich draagt.
Het individu is vanaf nu het hoogste en het leven richt zich met name op de vervulling van onze persoonlijke wensen. De persoonlijke liefde en de relatie met die ene belangrijke ander wordt onze prioriteit. En sex, drugs en rock & roll geven akte de presence van een nieuwe cultuur waarin ‘ik’ centraal staat.
Er is niet langer een grotere, onpersoonlijke context om ons leven in te bezien en onze keuzen aan te toetsen. Door de instant bevrediging van vrijwel ieder verlangen raken we de diepte kwijt die alleen bereikt wordt in waar commitment en consistentie. Terwijl we ons ontdoen van de dogma’s van weleer en een tijdperk van ongekende en onbeperkte vrijheid en mogelijkheden aanbreekt, betalen we een prijs door onze diepere kern te verliezen en afstand te doen van ons innerlijk kompas.
Op deze reis door Marokko ervaar ik voor het eerst hoe het bezoeken van een andere cultuur je vooral iets laat zien over je eigen cultuur. En je de gelegenheid biedt om de waarden die zo vanzelfsprekend zijn dat je er nooit over nadenkt, te objectiveren. Door deze reis en de confrontatie met de traditionele Marokkaanse cultuur, stel ik mezelf voor het eerst de vraag of wij, postmoderne, Nederlandse vrouwen, echt wel zoveel beter af zijn.
Ofwel, zoals Amy Edelstein zich in het artikel over de twee Orthodox Joodse vrouwen afvraagt: Zou het mogelijk zijn dat vrouwen die een meer traditionele vrouwelijke rol vervullen in een patriarchale religie misschien uiteindelijk meer innerlijke kracht en zelfvertrouwen ontwikkelen dan vrouwen die een oneindig aantal mogelijke levensstijlen kunnen onderzoeken in een postmoderne wereld?
Begrijp me niet verkeerd, dit is geen oproep tot een terugkeer naar een religieuze of culturele context uit het verleden. Een stap terug waarbij we onze individualiteit ontkennen zou niet in acht nemen dat wij inmiddels verder zijn ontwikkeld. We zien onszelf niet langer vooral als de etnische groep, familie of religie waar we deel van uitmaken. De laatste 50 jaar zijn we individu geworden en teruggaan naar het verleden zou geen recht doen aan de positieve en belangrijke ontwikkeling die hiermee heeft plaatsgevonden.
De ontwikkeling die vrouwen hebben doorgemaakt vanaf ver voor de jaartelling tot heden, heeft ons gemaakt tot vrije, gelijkwaardige en autonome individuen. Het bovenstaande roept echter de vraag op op welke wijze we deze bevoorrechte positie nu kunnen inzetten voor een positieve toekomst? Hoe kunnen wij in deze tijd waarin we meer vrij zijn dan enige vrouw ooit is geweest, een volgende stap zetten naar een nieuwe, meer ontwikkelde vrouw? Een vrouw die notie heeft van alle verworven rechten die onze zusters met een sterke wil en een groot hart hebben bedongen. En die tegelijkertijd, voorbij haar angsten en verlangens, voorbij elke materie, haar kern stevig verankert in een diepere en hogere waarheid.
We staan aan de vooravond van een nieuw tijdperk waarin wij kunnen ontdekken wie wij zijn en welke rol we, samen met mannen, in de huidige tijd kunnen spelen. Het is in dit onderzoek dat wij als vrouwen een diepte en kracht kunnen terugvinden die een fundamenteel andere manier van samenleven mogelijk maakt en de basis vormt voor een nieuwe, hogere cultuur in de 21e eeuw.